Voor brandvertragende gordijnen in projectomgevingen is EN 13773 de leidende Europese norm. Deze norm beoordeelt specifiek hoe gordijnstoffen reageren op vuur. Daardoor sluit EN 13773 goed aan op verticaal hangende stoffen, zoals gordijnen en overgordijnen in projectruimtes.
Afhankelijk van het project, het land en het bestek zijn ook DIN 4102 B1, NF P 92-507 M1, BS 5867, NFPA 701 en de IMO FTP Code relevant voor brandvertragende gordijnen.
Welke certificering je voor brandvertragende gordijnen nodig hebt, bepaal je altijd op basis van de projectdocumenten, de eisen van de opdrachtgever en de toepassing. Op deze pagina krijg je een compleet overzicht van alle geldende normen, hoe je ze beoordeelt en welke documentatie je bij stofselectie opvraagt.
PAGINA INHOUD
Een brandcertificaat bewijst of een gordijnstof geschikt is voor de toepassing binnen een project. Voor projectinrichters en interieurarchitecten geeft die informatie houvast bij stofselectie en bij de technische onderbouwing van een project. Welke norm van toepassing is, verschilt per land, projecttype en opdrachtgever.
EN 13773 is de belangrijkste norm voor brandvertragende gordijnen in Europese projectomgevingen. Deze norm is specifiek ontwikkeld voor verticaal hangende stoffen zoals gordijnen en andere projectstoffen voor ramen en ruimteverdeling. Daardoor sluit EN 13773 beter aan op de werkelijke toepassing van gordijnstoffen dan algemene materiaalclassificaties.
Een gordijn hangt vrij in de omgeving, beweegt mee met luchtstromen en bedekt vaak grote raampartijen.
Kijk bij een EN 13773-certificaat niet alleen naar de norm, maar ook naar de klasse die de stof heeft behaald. Die score laat namelijk zien wat de stof daadwerkelijk in de praktijk doet bij brand.
DIN 4102 B1 en NF P 92-507 M1 zijn geen specifieke normen voor projectgordijnen, maar bredere brandklassen voor bouwmaterialen. Ze zijn niet exclusief ontwikkeld voor gordijnen, maar je komt ze wel tegen in internationale bestekteksten en technische specificaties.
DIN 4102 B1 is de norm die wordt gehanteerd bij projecten in Duitsland. NF P 92-507 M1 is de Franse norm en geldt bij projecten met Franse eisen. Geen van deze normen is beter of slechter dan EN 13773. Ze hanteren gewoon een andere aanpak.
Bij internationale of specialistische projecten gelden andere brandnormen dan in Nederlandse projecten. BS 5867 is de Britse norm voor gordijnen en overgordijnen. De NFPA 701-norm geldt bij projecten waarbij Amerikaanse brandveiligheidseisen van toepassing zijn.
De IMO FTP-norm speelt bij maritieme toepassingen, zoals cruise- en offshore-projecten, waarbij internationale maritieme regelgeving een rol speelt. Staat een van deze normen in het bestek of de technische projectinformatie, dan moet het certificaat aantonen dat de gekozen stof daadwerkelijk aan die norm voldoet.
De juiste certificering selecteer je op basis van de projecteisen en niet op gevoel. Dat voorkomt dat je een brandvertragende stof kiest die technisch goed scoort, maar later niet voldoet aan de eisen van het gebouw, de opdrachtgever of de controlerende instantie. De onderstaande punten bepalen welke certificering en welke gordijnstof geschikt zijn voor jouw project.
Begin altijd bij de documenten die het project sturen. Denk aan het programma van eisen, het bestek, de technische omschrijving of het brandveiligheidsadvies. Daarin staat welke norm of klasse nodig is voor brandvertragende gordijnen. Soms gaat het om één norm, soms om een combinatie van een Europese en een aanvullende internationale classificatie.
Neem die informatie vroeg mee in de stofselectie voor je brandvertragende gordijnen. Zo voorkom je dat een gekozen gordijnstof later alsnog afvalt bij technische beoordeling of oplevering.
Vooral voor interieurarchitecten is dit bijzonder relevant in de ontwerpfase. Een stofkeuze moet niet alleen passen bij sfeer, kleur en lichtinval, maar ook bij de technische eisen van het project.
Niet elke brandclassificatie zegt automatisch iets over de toepassing als gordijn. Een brandvertragende stof kan op een bepaalde manier zijn getest, maar dat betekent niet altijd dat die test past bij verticaal hangend textiel in een projectomgeving.
Controleer daarom altijd of het certificaat past bij de toepassing. Een gordijnstof voor een hotelkamer, zorginstelling of theaterzaal moet aantonen dat de brandvertragende prestatie voor die ruimte geschikt is.
Soms volstaat één certificering om aan te tonen dat een brandvertragende gordijnstof geschikt is. In andere projecten vraagt de opdrachtgever om meerdere certificeringen of normen. Dat komt vooral voor bij internationale opdrachtgevers, ketenorganisaties en maritieme toepassingen. Ook bij projecten met eisen uit meerdere landen of interne richtlijnen vragen soms om extra certificeringen.
Kijk daarom niet alleen óf een gordijnstof brandvertragend is, maar ook welke certificeringen voor jouw project belangrijk zijn. Alleen dan weet je zeker dat de brandvertragende gordijnen aansluiten op de eisen van de opdrachtgever, het gebouw en de toepassing.
Bij brandvertragende gordijnstoffen is de documentatie net zo belangrijk als de stof zelf. De documentatie toont aan welke brandprestatie is getest, volgens welke norm en voor welke toepassing. Een volledig projectdossier bevat altijd een brandcertificaat of testrapport, aangevuld met technische productinformatie en duidelijke onderhoudsvoorschriften.
Vraag altijd om een certificaat of testrapport dat de brandvertragende prestatie van de stof onderbouwt. Goede documentatie bevat minimaal de naam van de stof, het artikelnummer of de collectie. Ook de norm waarop is getest, de behaalde klasse, de testdatum en het testinstituut mogen niet ontbreken.
De technische specificatie van de stof geeft aanvullende informatie die je nodig hebt om een gordijnstof goed te beoordelen. Denk aan samenstelling, gewicht, breedte, krimp, onderhoudsvereisten, lichtdoorlatendheid en verduisterende eigenschappen van de stof.
Gebruik de technische gegevens van de brandvertragende stof niet als vervanging van het brandcertificaat, maar als aanvulling. Het certificaat bewijst de brandklasse en de technische specificatie helpt bepalen of de stof als geheel geschikt is voor het project.
Onderhoudsvoorschriften horen bij het projectdossier, omdat reiniging, wassen of nabehandeling de brandvertragende prestatie kan beïnvloeden. Dat geldt in het bijzonder bij stoffen die achteraf zijn geïmpregneerd. Bij inherent of permanent brandvertragende stoffen zit de eigenschap in de vezel zelf, maar ook dan blijven correcte onderhoudsvoorschriften van belang.
Bewaar de onderhoudsvoorschriften samen met het certificaat en de technische specificaties. Zo voorkom je onduidelijkheid bij later onderhoud, herinrichting of vervanging en blijft de onderbouwing van de stofselectie ook na oplevering inzichtelijk.
Een certificaat voor brandvertragende gordijnen is pas waardevol als het herleidbaar, passend en volledig is. Controleer niet alleen of er een document beschikbaar is, maar ook of dat document echt hoort bij de brandvertragende stof en de toepassing in jouw project.
Controleer altijd of de naam van de stof op het certificaat overeenkomt met de stof die je wilt toepassen. Let daarbij op artikelnaam, collectie, kleur en samenstelling. Een certificaat van een vergelijkbare stof geldt niet automatisch voor de stof die je kiest. Dat is belangrijk bij gordijnstoffen die in meerdere varianten bestaan.
Een transparante inbetween, een dim-out of een volledig verduisterende stof kan technisch anders reageren dan een andere uitvoering van dezelfde collectie. Twijfel je of het certificaat klopt bij de stof die je wilt gebruiken, vraag dan altijd om bevestiging voordat je de keuze vastlegt in het projectvoorstel of bestek.
Kijk niet alleen naar het woord "brandvertragend", maar naar de norm op het certificaat. Vraagt het project om een norm, zoals DIN 4102 B1, NF P 92-507 M1, NFPA 701 of de IMO FTP Code, dan moet het certificaat aantonen dat de gordijnstof aan die specifieke norm voldoet.
Een andere classificatie kan waardevol zijn, maar voldoet niet automatisch aan de gevraagde eis. Deze controle voorkomt dat een stof in de ontwerpfase goed lijkt, maar bij technische beoordeling alsnog onduidelijkheid oproept.
Een certificaat moet aangeven waarvoor de testresultaten gelden. Gaat het om gordijnen, meubelstof of wandbekleding? Dat is relevant, omdat dezelfde stof in een andere toepassing anders beoordeeld wordt.
Let ook op eventuele beperkingen. Soms geldt een certificaat alleen voor een specifieke samenstelling, breedte of afwerking. Wijkt de uiteindelijke toepassing af van wat is getest, dan is extra controle nodig.
Voor projectinrichters en interieurarchitecten bepaalt dit of de documentatie bruikbaar is bij oplevering, technische controle of overleg met een brandveiligheidsadviseur.
Niet elk keurmerk zegt iets over brandveiligheid. Sommige keurmerken gaan over gezondheid, duurzaamheid, materiaalveiligheid of milieubelasting. Die zijn waardevol, maar ze vervangen geen brandcertificaat. Voor projecten beoordeel je brandveiligheid en duurzaamheid altijd naast elkaar.
Er zijn ook projectgordijnen met keurmerken zoals OEKO-TEX® Standard 100. Deze keurmerken tonen aan dat een gordijnstof is getest op schadelijke stoffen en materiaalveiligheid. Dat is waardevol bij projecten in zorg, hospitality, onderwijs en publieke gebouwen. Toch bewijst OEKO-TEX® niet hoe een stof reageert op vuur.
Voor brandveiligheid kijk je daarom altijd naar aparte normen die de brandvertragende prestatie van de stof onderbouwen, zoals EN 13773, DIN 4102 B1 of NF P 92-507 M1. Een gordijnstof kan dus tegelijk materiaalveilig én brandvertragend gecertificeerd zijn.
Akoestische, verduisterende of lichtregulerende eigenschappen hebben een toegevoegde waarde met betrekking tot comfort, privacy en lichtbeheersing, maar niet voor brandveiligheid.
Vraag daarom per prestatie om de juiste documentatie. Voor brandveiligheid is dat een brandcertificaat of testrapport. Voor akoestiek, verduistering of duurzaamheid gebruik je de technische specificaties of het bijbehorende keurmerk.
Bij brandvertragende gordijnen in projectomgevingen is er één onderscheid dat je vroeg in de stofselectie moet meenemen. Zit de brandvertragende eigenschap in de vezel zelf, of is de stof achteraf behandeld met een coating?
Een geïmpregneerde stof verliest zijn brandvertragende werking na verloop van tijd door wassen of intensief gebruik. Dat betekent dat een certificaat op papier klopt, terwijl de stof in de praktijk niet meer dezelfde brandvertragende prestatie levert.
Kies daarom altijd voor een inherent brandvertragende stof bij projectinrichtingen. Bij een permanent brandvertragende stof zit de eigenschap in de vezel zelf. De werking is daardoor niet afhankelijk van een nabehandeling. Bij correct onderhoud blijft de brandvertragende prestatie beter aantoonbaar, ook na langdurig gebruik en regelmatig reinigen. Voor projecten waarin veiligheid en aantoonbaarheid ook na oplevering belangrijk blijven, is dit een belangrijk criterium.
Wil je zeker weten dat je gordijnstof ook na wassen aantoonbaar brandvertragend blijft? Neem contact op voor vrijblijvend advies over de juiste brandvertragende projectstof.
Een testrapport beschrijft uitgebreid hoe het testinstituut de stof heeft beoordeeld, welke testmethoden zijn uitgevoerd en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Een certificaat vat samen dat een stof voldoet aan een bepaalde norm of klasse.
Voor projectinrichtingen zijn beide documenten waardevol, zolang duidelijk is welk certificaat of rapport bij welke stof hoort. Twijfel je of een certificaat voldoende onderbouwing geeft? Dan biedt een testrapport meestal meer houvast. Daarin staat uitgebreid hoe de stof is getest en welke resultaten zijn behaald.
Een brandcertificaat geldt voor de geteste stof of stofkwaliteit. Dat betekent niet automatisch dat elke combinatie, voering of afwerking onder exact dezelfde voorwaarden valt.
Pas je de stof toe in combinatie met andere lagen of materialen, controleer dan of de certificering nog past bij de uiteindelijke toepassing. Bij maatwerkprojecten stem je dit vooraf af met de leverancier of brandveiligheidsadviseur.
Een gordijnstof kan aan meerdere normen voldoen. Dat komt voor bij gordijnstoffen die internationaal inzetbaar zijn of voor verschillende projectmarkten geschikt zijn. Een stof kan beschikken over EN 13773 voor Europese projecten, DIN 4102 B1 voor de Duitse markt, NF P 92-507 M1 voor Franse eisen of NFPA 701 voor Amerikaanse projecten. Controleer altijd welke norm er voor jouw project vereist is.
Er is geen algemene geldigheidsduur die voor elk brandcertificaat gelijk is. De waarde van een certificaat hangt af van de stof, de norm, de testdatum en eventuele voorwaarden rond onderhoud of reiniging.
Controleer altijd of het certificaat actueel genoeg is voor het project en of de stof nog overeenkomt met de geteste kwaliteit. Bij oudere documentatie of gewijzigde collecties vraag je een actuele bevestiging op bij de stofleverancier.
Is een IFR-stof hetzelfde als een gecertificeerde brandvertragende stof?
IFR staat voor inherently flame retardant. Dat betekent dat de brandvertragende eigenschap in de vezel zelf zit en niet alleen in een nabehandeling of coating. IFR zegt iets over de aard van de stof.
Een certificaat of testrapport toont aan welke norm de stof heeft doorlopen en welke brandklasse dat oplevert. Voor projecten heb je beide nodig.